Retour Vroomshoop door lichtbruin water

Een retourtje Vriezenveen-Vroomshoop. Het is maar een klein stukkie. Maar het traject door het kanaal zwemmen, dat is een enorme opgave. Velen probeerden het zaterdag tijdens de jaarlijkse kanaalrace. Het was een groot, spetterend spektakel.

De Kanaalrace is in Vriezenveen natuurlijk al heel lang bekend. Na de successen in de zestiger jaren werd eind vorige eeuw nieuw leven in dit fenomeen geblazen. De organisatie werd steeds groter en met de komst van een nieuwe gemeente besloot men de race in open water te zwemmen, in het kanaal dat voorheen aparte gemeenten met elkaar verbindt.

Starten deden de sporters zaterdag vanaf een grote ponton dat dwars in het kanaal lag, achthonderd meter vanaf de Vriezenveense brug, richting Vroomshoop. Daar was ook de finish. De eersten werden “weggeschoten” door burgemeester H. Koetje.

Een lint van deelnemers, publiek en belangstellenden had zich aan de randen van het kanaal een plekje gereserveerd om de verrichtingen in het water goed te kunnen bekijken. Volgbootjes begeleidden de zwemmers, terwijl vanaf de kant de helpers zich nadrukkelijk bezighielden met de verrichtingen van de zwemmers in het water.
Het lijkt gek, maar wie zo’n grote afstand wil zwemmen moet regelmatig drinken. Vernuftige systemen met bidons aan lange touwen werden af en toe de zwemmers toegeworpen. Even op de rug wat drinken en verder ging het weer met een vrije slag richting finish.

Ter hoogte van Westerhoeven was er wat minder publiek, maar wie de oren spitste kon in de verte al het applaus van de kijkers in Daarlerveen horen, die zich rond de brug hadden verzameld. Op een terrasje vlak bij de brug in Daarlerveen zat de stemming er goed in en ook langs het tweede deel van het traject – van de brug in Daarlerveen naar de Puntbrug – was veel publiek. Voor de Puntbrug lag het keerpunt van de tien kilometer. Vanuit de verte werden de zwemmers daar al toegezongen door Shantykoor dat al lopende zeemansliederen over het kanaalwater liet schallen.

Rand.

Maar er was meer dan alleen het lange afstand zwemmen. De Zandstuve verzorgde bij de Puntbrug waterpolo-demonstraties om het publiek alvast op te warmen voor de komst van de eerste zwemmers bij het keerpunt. Bij de start en finish n Vriezenveen was het een gezellige sfeer. Hier zorgden radiografische bestuurbare modelboten, en een groot springkussen voor vertier.

Van de ruim twintig verschillende zwemnummers trok de tien kilometer estafette wat extra aandacht. Vooral omdat de familie Kenkhuis meedeed. Met uiteraard in hun gelederen Olympiër Johan Kenkhuis. Gevolgd en bijgestaan vanaf de kant doorkliefden de Kenkhuizen het water van het kanaal Almelo-De Haandrik alsof ze nooit anders gedaan hadden. Winnen deden ze echter niet. De onbetwiste winnaar van het retourtje Vroomshoop was Mark Drenth. Hij zwom de afstand in 2 uur en 6,5 minuut. Beste dame Denise de Rietdeed over deze afstand 2 uur 18 minuten en 36 seconden.

Edith van Dijk, Nederlandse bekendste lange-afstand zwemmer in open water, verscheen in Vriezenveen ook aan de start. Zij koos daar evenwel niet voor de tien kilometer, maar zwom de drie kilometer. Deze afstand won ze in een tijd van 35 minuten en 4 seconden. Daarmee was ze ruim zes minuten sneller dan de nummer twee op die afstand.

De organisatoren van de Vriezenveense zwem en poloclub VZPC en De Zandstuve uit Vroomshoop kunnen tevreden terugkijken op deze co-productie. Het was een geweldig evenement dat zelfs toevallige passanten in de auto verbaasd even aan de kant liet staan. Want dat zie je toch niet elke dag. Een lang lint van zwemmers in het kanaalwater. Zeker niet met een locomotief op wielen die meerijdt en een meelopend zeemanskoor op klompen. Gelukkig voor de zwemmers was het water lekker warm, 21 graden.

Met een machtige slag.

Lange baanzwemmers in hun element in de Tien van Twenterand

De eerste Tien van Twenterand kan als zwemhoogtepunt de historie in. Dankzij een baanrecord van een sterke winnaar. De duikers van de brandweer, alert maar werkeloos toekijkend, hadden net zo goed zelf mee kunnen doen.

Het Overijssels Kanaal bij Vriezenveen ligt op de derde zaterdag van juni uitnodigend te klotsen. Kom d’r in, lijkt het te roepen, voor een warme ontvangst, want een temperatuur van 21 graden, dat is in Nederland pure verwennerij. “Geweldig zwemwater”is de typering van de winnaar Marc Drenth, als hij eenmaal weer aan wal geniet van zijn tweede triomf in acht dagen. Want een week eerder, bij Spaarnwoude, was de waterrat uit Lisse ook al te sterk gebleken voor de concurrentie.

Een zwemrace over tien kilometer in bevaarbaar water zoals het Overijssels Kanaal, is zo gek nog niet. Dat vindt het langebaan-wereldje tenminste, dat geen zee te hoog gaat. Al zijn er grenzen en voorkeuren. Het Kanaal biedt mooi zwemwater voor de lange afstand. Op zaterdag is het vrij van beroepsvaart en wordt het hoogstens door een licht briesje geaaid. Aan dat criterium voldoet het Overijssels Kanaal wanneer het zwemfestival van Vriezenveen wordt gehouden.

Tien kilometer is ditmaal de lengte van de race die vorig jaar met 12,5 kilometer nog een kwart langer was. Voor jongens met de klasse van een marathonzwemmer, zoals Mark Drenth, is dat geen punt. Wel voor Geert Klaas van der Vaart, de Weusthag-stayer uit Hengelo. “Net te lang toen, ik ben uitgevallen” blikt hij terug. Ditmaal finisht hij wel, in de subtop – goed voor twee en een half uur, zoals tevoren ingeschat. De 21-jarige student aan de Hogeschool Enschede staat model voor de zwemstayer. Een solide, machtige slag, maar altijd achteraan als er een reguliere wedstrijd wordt gezwommen in een 50-meterbad. “Mijn start is niet veel, daar begint het al mee”, weet hij. “Bij de langebaanwedstrijd in Kampen ben ik nog wel eens in de prijzen gevallen”, voegt hij er aan toe, “maar ik bleek als jeugdzwemmer geschikter voor langer werk”.

Doordat er evenementen zijn als deze Tien, hebben van der Vaart en zijn lotgenoten toch hun kick. Het kan korter dan tien kilometer, zoals de klassieker van Sluis in Zeeland, slechts 7,5 kilometer lang. “Een hele mooie”, weet Van der Vaart, die heel Nederland afreist. En het kan nog véél langer. Woester ook. Wat te denken van Staveren-Medemblik, sinds 1970 een wedstrijd-oversteek van 22,5 km waarbij de stroming in het Ijsselmeer de zwemmers dwingt in totaal 25 km te zwemmen. De zwembond biedt de liefhebbers wel de ruimte en aandacht, dik twintig wedstrijden per seizoen en een serieuze ranking. “Het langebaan-zwemmen heeft gewoon een leuk, intiem sfeertje”, vindt Van der Vaart.

Drenth is in Vriezenveen de allergrootste. Met Ian van der Hulst voert hij het veld aan. (“geen afspraak, het gebeurt gewoon omdat we beiden snel wilden vertrekken”), maar nog voor de eerste brug bij Daarlerveen, na dik 4 kilometer weekt hij zich los van zijn maatje. Volgens strategie. Hij keert in 1.03, op recordschema en finisht in 2.06.30,96. Een mooi record van een man in vorm die ook veel in Duitsland zwemt. Daar zijn, weet de nationaal kampioen uit ervaring, ook hele interessante wedstrijden.

Bij de vrouwen is junior Denise de Riet onbetwist de sterkste. En in 2.18.36 achtste overall, hetgeen betekent dat ze maar liefst zeven mannen achter zich laat. Over klasse gesproken.

Bron: De Twentse Courant Tubantia.