Karakteristiek voor het open water zwemmen is dat het eigenlijk overal gebeurd behalve in een zwembad. Maar er is meer dan dat. De wedstrijdbanen zijn in plassen, meren, kanalen, rivieren of in open zee. De lengte van de hoofdnummers zijn niet vergelijkbaar met de zwembadafstanden. 2, 3 en 5 kilometer zijn in Nederland het meest gebruikelijk.
Daarnaast zijn er in Nederland, maar ook internationaal wedstrijden over 8, 10, 16, 25 kilometer en zelfs langere afstanden. Deze wedstrijden spreken tot de verbeelding. Stel je eens voor het IJsselmeer of Het Kanaal over te zwemmen! Ja dat kan, ieder jaar van Stavoren naar Medemblik. Deze wedstrijden duren dan ook meerdere uren. De zwemmers krijgen in die uren te maken met zaken die open water zwemmen zo aantrekkelijk maken: het leven in het water, zowel kwallen als afval kunnen lastig zijn. Haaien eveneens, maar dat maakt het wel spannend. Voeg daaraan toe dat je kans loopt op onderkoeling en je kan je lol helemaal op.

Open water zwemmen is een sport voor de liefhebber van de sport in haar zuiverste vormen. Er zijn bijvoorbeeld geen lijnen op de bodem waar je overheen zwemt, high-tech zwembadlijnen die de golfslag breken of startblokken die het leven van de zwembadzwemmer gemakkelijk maken.  Pas vanaf het seizoen 2017 mag/moet je een wetsuit tegen de kou aandoen; Tot dan was het enkel je badpak of zwembroek, je bril en een badmuts. Je mag je wel wat insmeren met vet….
Het is vaak vechten tegen de elementen. Bij slecht weer is het dan opboksen tegen de wind, golfslag, stroming, soms het koude water en soms de koude boventemperatuur. Wanneer het goed weer is is het ook niet te versmaden: de zon verbrandt je rug, de blaren zitten er soms op.